Postnatale angst na de bevalling
Ik wist niet dat postnatale angst bestond.
Postnatale depressie kende ik wel. Ik wist wat het inhield, ik had er weleens over gelezen. Maar dat postnatale angst ook een ding was? Daar had ik geen idee van.
Totdat ik er zelf last van kreeg.
In het begin dacht ik dat het normaal was. Elke mama maakt zich zorgen om haar kindje, toch? Dat hoort erbij, Maar dat idee begon te schuiven op het moment dat ik er wakker van lag. Op het moment dat ik weinig durfde. Op het moment dat ik paniekaanvallen kreeg. En op het moment dat ik er écht doorheen zat.
Toen ik er kort over sprak met een vriendin, zei zij iets wat bleef hangen:
“Dit zijn niet de normale mama-zorgen die elke moeder heeft. Dit gaat dieper.”
En ja… wat doe je dan?
Op dat moment begon ik na te denken. En ineens voelde het logisch om iets te doen wat ik eigenlijk steeds voor me uit had geschoven: de huisarts bellen.
De eerste stap
De eerste stap voor mij was erkennen dat dit niet goed voelde.
En de huisarts bellen om aan te geven dat ik het gevoel had dat dit niet de normale mama-zorgen waren.
De huisarts was het daar eigenlijk vrij snel mee eens. Zeker in combinatie met de doembeelden die ik had en de paniekaanvallen die steeds vaker terugkwamen.
Ik kreeg een doorverwijzing naar een psycholoog.
Dat was ook geen makkelijk dingetje. Want ja, psychologen kosten geld. Het moest wel bij mijn verzekering passen. Dus dat betekende uitzoeken waar ik terechtkon.
En het ging niet “gewoon” om iets algemeens.
Het ging over moederschap. Over na de bevalling.
En niet elke psycholoog kon of wilde daar mee omgaan, zo werd mij verteld.
Na even zoeken en puzzelen had ik uiteindelijk een plek gevonden waar ik terechtkon.
Duurde dat even? Ja, dat duurde even.
Maar als ik sommige verhalen hoor van mensen die jarenlang moeten wachten, kon ik eigenlijk relatief snel terecht.
En dat was mijn begin.
Om je dan ineens heel kwetsbaar op te stellen.
Om dingen hardop uit te spreken die je misschien zelf nog nauwelijks durft toe te geven.
Dat is spannend.
Dat is eng.
Erover praten
Ik denk dat niemand het leuk vindt om over zijn of haar problemen te praten.
Nou ja… ik dus ook niet.
Ik ga het liever uit de weg.
En ook al is dat soms niet goed, soms wil je dingen gewoon niet recht aankijken.
Dan loop je er liever even omheen — als dat kan tenminste.
Maar in dit geval kon dat niet.
Het zat mij in de weg.
Het zat mijn partner in de weg.
Het zat mijn zoontje in de weg.
Het zat mijn familie in de weg.
En ik denk dat ik al die dingen nog erger vond dan dat het mezelf in de weg zat.
Dus erover praten werd de volgende stap voor mij.
Dan begin je met een intake en alles wat daarbij hoort.
En dan komt natuurlijk die vraag:
“Ja, maar wat zie je dan voor je?”
En daar begonnen de tranen al.
Ik denk dat dit voor heel veel mama’s anders zal zijn.
Of misschien juist hetzelfde bij mama’s die hier last van hebben en denken dat het normaal zou moeten zijn.
Terwijl het dat totaal niet is.
Ik moest op dat moment mijn doembeelden gaan uitspreken.
En dan zit het ineens nóg meer vooraan in je hoofd dan anders.
Je ziet het weer gebeuren.
En weer.
En weer.
Ik kon het de eerste paar keren ook niet helemaal vertellen en uitspreken.
Je weet rationeel dat wat je ziet niet gebeurt en waarschijnlijk ook nooit gaat gebeuren.
Het is niet logisch.
Maar je lichaam gelooft dat niet.
Je voelt het alsof het écht gebeurt.
Je voelt de paniek.
De angst.
Het verdriet.
Alles komt tegelijk.
En hoe moet je daar dan mee omgaan?
Bij mij volgde de ene paniekaanval na de andere.
En als ik je zeg dat ik niet wist hoe een paniekaanval voelde, dan kan ik je nu zeggen:
het voelt alsof je denkt dat je een hartaanval krijgt.
Enorm ***.
Want die paniekaanvallen zijn denk ik de vreselijkste dingen die ik heb gevoeld tijdens deze postnatale angst.
Dat paniekgevoel blijft zo lang in je lichaam hangen.
Zelfs als de aanval voorbij is.
En dan ga je bang worden voor de volgende.
Omdat je er al zoveel hebt gehad.
Kleine stapjes
Stapje voor stapje ga je kijken wat het allerkleinste stapje is dat je kunt doen, zonder in één keer alle paniekbellen aan te zetten.
Maar ja… wat ís het allerkleinste stapje?
Bij mij werd gezegd:
“Ga eens een rondje om het huis lopen.”
Nou, als je dat op dat moment tegen mij zei, kon ik daar al een paniekaanval van krijgen.
Ik kon niet weg van de zijde van mijn zoontje.
En dat kan voor de één misschien heel raar klinken.
Maar iemand die weet hoe dit voelt, zal dit waarschijnlijk wel snappen.
Ik kon niet eens uit hetzelfde gebouw gaan.
Ik kon niet weg zonder hem.
Ik durfde niet weg, zelfs niet als mijn partner bij hem was.
Alles wat door mijn hoofd schoot waren doemscenario’s.
Dingen die kónden gebeuren.
Dingen die nergens op slaan.
Zelfs als er iemand op visite kwam, had ik doemscenario’s.
En het gaat dan om de meest rare dingen die je maar kunt bedenken.
Dat een familielid struikelt over een blokje speelgoed.
Op mijn zoontje valt.
En dat hij dan doodbloedt op de grond.
Dit soort beelden dwalen door je hoofd.
Je ziet het gebeuren.
Je ziet het écht gebeuren in je hoofd.
En je voelt wat je dan voelt.
En dan raak je in paniek door die ene gedachte:
Wat als het wel gebeurt?
Het is alsof je hersenen een tweestrijd voeren.
De ene kant is logisch en zegt:
“Dit slaat toch helemaal nergens op.”
En de andere kant blijft maar pushen:
Wat als… wat als… wat als…
Dus begonnen mijn kleine stapjes anders.
Met de babyfoon naar de buurvrouw.
Vijf minuten.
Of één minuut.
Dan weer vijf minuten.
En dat langzaam groter maken.
Even naar de brievenbus en weer terug.
Even naar de auto en weer terug.
Stapje voor stapje.
Voor stapje.
Waren de paniekaanvallen toen over?
Nee. Bij lange na niet.
Want zelfs als ik in een ruimte was of naar een winkel ging waar te veel mensen om me heen waren, kreeg ik een paniekaanval.
Een benauwd gevoel.
Alsof iedereen op me zat.
Omdat er te veel was wat er mis kon gaan.
Dit hielp mij enorm
Bij mij zat de angst niet zozeer in het wegblijven zelf, maar in het plannen ernaartoe.
Het afspreken van:
“Over een week komt oma langs om op te passen.”
Dat betekende voor mij dat ik een hele week de tijd had om alle doemscenario’s in mijn hoofd duizenden keren af te spelen.
Alles bedenken wat fout kon gaan.
En allerlei redenen verzinnen om het uiteindelijk toch af te zeggen.
Dat stukje was voor mij het moeilijkste.
Daar zijn we samen achtergekomen.
En toen hebben we gezegd: oké — als er iets wordt voorgesteld en ik voel dat het misschien kan, dan moet het direct gebeuren.
Niet plannen.
Niet vooruitdenken.
Gewoon doen.
Omdat mijn hoofd dan geen tijd krijgt om alles wat mis kán gaan alvast af te spelen.
Is mijn kindje dan meteen lang weg?
Nee, dat juist even niet.
Bijvoorbeeld: even naar de winkel rijden.
Mijn partner die met mijn zoontje naar de winkel ging, was voor mij al een héél groot ding.
Mijn kindje moest in de auto.
Was niet bij mij.
Ging naar de winkel.
En moest ook weer terugrijden.
Dat was veel.
Op een keer ging mijn vriend broodjes halen en hij vroeg:
“Zal ik hem meenemen?”
Ik heb direct ja gezegd.
En hij moest ook direct gaan.
Maar wel met één voorwaarde, zodat ik wist dat ze veilig waren.
Ik wilde een appje wanneer ze bij de winkel aankwamen.
En een appje wanneer ze weer thuis waren.
Zodat ik in de tussentijd kon denken:
Oké. Alles gaat nog goed.
Dat was mijn tussenstap.
Dat kleine stukje controle dat ik nodig had om rust te voelen.
En dit werkte voor mij.
Dus elke keer als we iets gingen doen, ging het snel.
Niet vooraf plannen.
Niet dagen van tevoren afspreken.
Geen tijd geven aan mijn hoofd om alles kapot te denken.
Ik hoop dat je een beetje snapt wat ik hiermee bedoel.
En misschien helpt het jou ook.
Voor mij was dit een heel belangrijk hulpmiddel om steeds weer kleine stapjes te kunnen zetten.
Schaamte
Eerlijk?
Ik vind dit een van de moeilijkste stukken om te typen.
Ik heb me hier echt dood voor geschaamd.
Nu schaam ik me niet meer zó erg als toen, maar ik vind het nog steeds heel moeilijk.
Waar ik me voor schaamde?
Het gevoel dat je op zo’n moment geen goede moeder bent.
Omdat bepaalde dingen lastig waren.
Of zelfs niet konden.
En dat is helemaal niet zo.
Ik heb hier nooit voor gekozen.
Ik wíl dit niet.
Ik ga niet vrijwillig een contract tekenen voor minstens 60 paniekaanvallen en het gevoel dat je niks meer durft.
Ik denk dat niemand daar gratis voor zou tekenen.
Dat besef… daar moest ik zelf ook overheen stappen.
Dit maakt je niet minder.
In geen enkel opzicht.
Niet als persoon.
Niet als moeder.
Niet als partner.
Je kunt hier niks aan doen.
Is het vervelend?
Ja. Het is vreselijk vervelend.
En ik denk dat het voor iedereen vervelend is.
Maar voor jou misschien nog wel het meest.
Omdat jij je zo bezwaard voelt naar iedereen om je heen.
Maar je komt hieruit.
Ik kom hieruit.
Jij komt hieruit.
Het gaat lukken.
Duurt het langer dan je wilt?
Ja. Altijd.
Want het liefst wil je gewoon in één dag een geneesmiddel en klaar.
Maar zo werkt het helaas niet.
Maar weet dit:
je bent een sterke mama.
En je komt hieruit.
Dat weet ik 100% zeker.
Onthoud dit
Als laatste wil ik graag dat je dit onthoudt.
De mensen om je heen die om jou geven, willen je helpen.
Je moet alleen zelf ook ontdekken hóé je geholpen wilt worden.
En die manier kun je samen zoeken.
Met je partner.
Met familie.
Of met een psycholoog.
Want de mensen die van jou houden, willen met je meedenken.
Die willen doen wat goed is voor jou en voor je kindje.
En daar houden ze rekening mee.
Zijn er mensen die dit moeilijk gaan vinden?
Ja, zeker.
Natuurlijk zijn er mensen die dit lastig vinden.
Mijn familie vond dit ook moeilijk.
Maar ze gaven ook aan dat ze weten dat dit niet iets is waar je zelf voor kiest.
Dat dit zwaar is.
En ja, het is moeilijk — voor iedereen.
Maar de beste manier om hieruit te komen is niet door chagrijnig te worden of een vrok tegen iemand te houden.
Het is juist door elkaar te helpen op het moment dat iemand het nodig heeft.
Zo kom je hier uit.
Door jezelf.
En door de mensen om je heen.
En als jij zoveel doemscenario’s hebt…
Als je paniekaanvallen hebt…
Als je denkt dat dit normaal is, terwijl iets in jou zegt: dit klopt niet —
spreek het uit.
Zeg het hardop.
Zwangerschap, bevalling, moederschap…
Al die hormonen — het is niet niks.
Het is zoveel meer dan vaak wordt gezegd.
Ik heb er vertrouwen in dat je hieruit komt.
Je bent een super mama.
En je doet het hartstikke goed.
Dankbaar
Ik heb geen grote kring van mensen om mij heen, maar de mensen die er tijdens deze angst voor mij zijn/zijn geweest. Zijn kort gezegd mensen met een enorm goed hart.
Dit was voor mijn relatie ook een uitdaging, maar de liefde, ondersteuning en begrip die ik van mijn partner kreeg was zo helpend in het overwinnen van de angst.
Dit is ook geen “mooi” artikel, want dat was ook niet mijn bedoeling. Ik wou dit direct uit mijn hart neer zetten en daarbij hopen dan ik een andere mama met dit verhaal iets van steun of kennis bied.

